De trouwdag
Ze zat in haar bank en keek naar de televisie. Met een lekker kopje thee. Naast haar lag haar breiwerkje en op een tafeltje een boek uit de bibliotheek.
Ze had het prima naar haar zin. Ze woonde alleen, was alweer een paar jaar gescheiden, haar kinderen waren volwassen, met een eigen gezin.
Ze was pas laat gescheiden, geen vechtscheiding maar een weloverwogen. Het huis was verkocht en ze hadden gedeeld en ieder had zijn eigen stek gevonden en Hans was zelfs een heel eind uit de buurt gaan wonen, in een andere provincie.
Ze hoorde nooit meer iets van hem, ze zag hem zelfs niet op verjaardagen van hun kinderen.
Hij stuurde altijd wat op de post voor de kleinkinderen.
Ze kon er niet mee zitten, ze was haar eigen weg ingeslagen. Met het feit dat ze nog steeds werkte en ook daarbuiten had ze een druk sociaal leven. En als ze thuis was, dan had ze zo haar dingen die haar bezig hielden.
De televisie begon haar steeds minder te boeien en ze keek op de klok, ze kon nog wel een uurtje breien aan het truitje voor één van haar kleindochters voor ze naar bed zou gaan.
Net toen ze de naalden met het lapje had opgepakt, ging de bel.
Ze liep naar de voordeur en keek door het gaatje wie er voor haar deur stond, maar zag slechts een enorme bos rozen. Ze schoof de ketting in de gleuf alvorens de deur op een kiertje te openen.
Ze gluurde naar buiten en vroeg “Wie is daar?”
Achter de bos rozen stond een man en hij draaide zich een beetje en zei “Vandaag is het 35 jaar geleden dat we als twee jonge verliefde bakvisjes in het huwelijk traden, dan kon ik niet ongemerkt voorbij laten.”
Ze legde haar hand op haar mond en zei toen “Ooohhh, Hans.............” meer kon ze niet uitbrengen. Ze had er niet eens bij stilgestaan. En dat terwijl ze vroeger altijd zo gepikeerd was als Hans de huwelijksverjaardag vergat.
Rode blossen van schaamte trokken op haar wangen.
“Laat je mij hier zo staan met die rozen?” vroeg Hans haar, “mag ik niet even binnen komen?”
Ze schoof nog bedusd de ketting weg en opende de deur en liet Hans binnen.
Ze nam de bos mee de keuken in en pakte een grote glazen vaas en vroeg ondertussen of hij wat wilde drinken.
“Een kopje thee, als jij dat ook drinkt.” Hij wist heel goed wat ze dronk, hij wist dat ze niets zou veranderen aan haar vastgeroeste gewoontes.
Ze lachte “ja nog steeds” En zette de rozen in de vaas, ze had er 35 geteld. Ze vond het toch wel attent.
Ze keek naar hem hij was wel iets verandert, had een gebruind gelaat, was wel wat grijzer geworden en hij was wat afgevallen, hij zag er eigenijk heel goed uit.
“Het gaat je goed, zo te zien.” zei ze en terwijl ze naar hem gebaarde.
Ze nam de vaas mee haar woonkamer in en zette hem op een tafeltje.
Hans was gaan zitten en keek eens rond. Ze had zich omgeven met toch nog wel veel spullen uit de boedel die ze echt wilde hebben, terwijl hij er geen behoefte aan had.
Hij knikte wat toen hij het breiwerkje zag liggen.
En zij dacht aan twee verliefde bakvisjes. Ze stond nog bij het tafeltje en haar handen gleden over de roosjes. Ze roken ook nog eens lekker.
Ze keek naar Hans en ze voelde enerzijds een nieuwe spanning en anderzijds een vertrouwen, van het bekende.
Hans zag haar kijken en kende de blik ook uit duizenden, natuurlijk wist hij wat ze wilde.
Hij stond op, pakte haar bij haar arm “Geen thee?” zei hij en zij sloot even haar ogen.
Hij was voor haar gaan staan en sloeg zijn armen rond haar middel. “Weet je nog...” zei hij
En toen trok ze hem mee haar slaapkamer in “Ik weet alles nog, waar wacht je nog op.”
Een paar uur later, trok ze de deken over haar heen en deed het lichtje uit. Ze keek naast zich naar Hans die al lag te snurken. Ze zuchtte en fluisterde zacht “God zij dank, ben ik gescheiden, en dit is echt een one night stand.”
Ze zat in haar bank en keek naar de televisie. Met een lekker kopje thee. Naast haar lag haar breiwerkje en op een tafeltje een boek uit de bibliotheek.
Ze had het prima naar haar zin. Ze woonde alleen, was alweer een paar jaar gescheiden, haar kinderen waren volwassen, met een eigen gezin.
Ze was pas laat gescheiden, geen vechtscheiding maar een weloverwogen. Het huis was verkocht en ze hadden gedeeld en ieder had zijn eigen stek gevonden en Hans was zelfs een heel eind uit de buurt gaan wonen, in een andere provincie.
Ze hoorde nooit meer iets van hem, ze zag hem zelfs niet op verjaardagen van hun kinderen.
Hij stuurde altijd wat op de post voor de kleinkinderen.
Ze kon er niet mee zitten, ze was haar eigen weg ingeslagen. Met het feit dat ze nog steeds werkte en ook daarbuiten had ze een druk sociaal leven. En als ze thuis was, dan had ze zo haar dingen die haar bezig hielden.
De televisie begon haar steeds minder te boeien en ze keek op de klok, ze kon nog wel een uurtje breien aan het truitje voor één van haar kleindochters voor ze naar bed zou gaan.
Net toen ze de naalden met het lapje had opgepakt, ging de bel.
Ze liep naar de voordeur en keek door het gaatje wie er voor haar deur stond, maar zag slechts een enorme bos rozen. Ze schoof de ketting in de gleuf alvorens de deur op een kiertje te openen.
Ze gluurde naar buiten en vroeg “Wie is daar?”
Achter de bos rozen stond een man en hij draaide zich een beetje en zei “Vandaag is het 35 jaar geleden dat we als twee jonge verliefde bakvisjes in het huwelijk traden, dan kon ik niet ongemerkt voorbij laten.”
Ze legde haar hand op haar mond en zei toen “Ooohhh, Hans.............” meer kon ze niet uitbrengen. Ze had er niet eens bij stilgestaan. En dat terwijl ze vroeger altijd zo gepikeerd was als Hans de huwelijksverjaardag vergat.
Rode blossen van schaamte trokken op haar wangen.
“Laat je mij hier zo staan met die rozen?” vroeg Hans haar, “mag ik niet even binnen komen?”
Ze schoof nog bedusd de ketting weg en opende de deur en liet Hans binnen.
Ze nam de bos mee de keuken in en pakte een grote glazen vaas en vroeg ondertussen of hij wat wilde drinken.
“Een kopje thee, als jij dat ook drinkt.” Hij wist heel goed wat ze dronk, hij wist dat ze niets zou veranderen aan haar vastgeroeste gewoontes.
Ze lachte “ja nog steeds” En zette de rozen in de vaas, ze had er 35 geteld. Ze vond het toch wel attent.
Ze keek naar hem hij was wel iets verandert, had een gebruind gelaat, was wel wat grijzer geworden en hij was wat afgevallen, hij zag er eigenijk heel goed uit.
“Het gaat je goed, zo te zien.” zei ze en terwijl ze naar hem gebaarde.
Ze nam de vaas mee haar woonkamer in en zette hem op een tafeltje.
Hans was gaan zitten en keek eens rond. Ze had zich omgeven met toch nog wel veel spullen uit de boedel die ze echt wilde hebben, terwijl hij er geen behoefte aan had.
Hij knikte wat toen hij het breiwerkje zag liggen.
En zij dacht aan twee verliefde bakvisjes. Ze stond nog bij het tafeltje en haar handen gleden over de roosjes. Ze roken ook nog eens lekker.
Ze keek naar Hans en ze voelde enerzijds een nieuwe spanning en anderzijds een vertrouwen, van het bekende.
Hans zag haar kijken en kende de blik ook uit duizenden, natuurlijk wist hij wat ze wilde.
Hij stond op, pakte haar bij haar arm “Geen thee?” zei hij en zij sloot even haar ogen.
Hij was voor haar gaan staan en sloeg zijn armen rond haar middel. “Weet je nog...” zei hij
En toen trok ze hem mee haar slaapkamer in “Ik weet alles nog, waar wacht je nog op.”
Een paar uur later, trok ze de deken over haar heen en deed het lichtje uit. Ze keek naast zich naar Hans die al lag te snurken. Ze zuchtte en fluisterde zacht “God zij dank, ben ik gescheiden, en dit is echt een one night stand.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten