Een
plekje op de aarde
voor
jou en mij alleen
telt
ieder in zijn waarde
en ik
wil er altijd heen
Door
kou en bange dagen
zoek
ik naar de lange paden
zonder
dat ik iets kan vragen
en ook
niet in weelde baden
Geestig
is het een sleutelwoord
van
luchtigheid en het gemak
want
wie stapt er toch aan boord
van
een krakend zinkend wrak
De
glorie van de morgenstond
is
niet van lange duur
neemt
veel water in de mond
en
smaakt een beetje zuur
Als de
klippen overspoelen
met
het schuim van de ondergang
dat
vind je niet onder stoelen
of
zandbanken van het belang.
De
glorie is allang vergaan
de
boete is een stoffig kleed
en
niemand trekt het aan
dan is
de tafel nooit gereed
Wat
zit je nu te plagen
wie
neem je op de korrel
en
waarom durf je niet te vragen
om
water zonder een borrel
Toch
moet je ernaar toe gaan
en
zachtjes kunnen genieten
door
een glimlach en een traan
dat
kan je niet laten schieten
Voor
elke woestijn zijn kameel
en
elke torenkamer een prinses
wie
bezit er nog een kasteel
en
springt voor haar op de bres
Een
heilige op het witte paard
met
een kantje aan zijn boord
vind
het toch de moeite waard
de
gebeden zijn dan toch verhoord

Geen opmerkingen:
Een reactie posten